Column: Erwin Boogert

De iPhone is voor ons wat kraaltjes en spiegeltjes voor de inboorlingen waren toen eeuwen geleden de koloniën werden gevormd. De uitgekiende marketingacties van Apple verdoezelen dat de iPhone ronduit slecht presteert op cruciale onderdelen. Wel luidt het elegante apparaat voor consumenten, telecomaanbieders en webwinkels een nieuw tijdperk in.
Het haalde zelfs de avondjournaals op de publieke en commerciële omroepen: 'Verkoop van de iPhone in Nederland van start'. Drie dagen later: 'iPhone al weer uitverkocht'. Vier dagen later: 'Apple kan de vraag niet aan'. Prachtige PR.
Apples 'reality distortion field'
Natúúrlijk overviel de vraag naar het geraffineerde toestel Apple niet. Dat maakt juist deel uit van de strak gecoördineerde reclamecampagne. T-Mobile had weinig in de pap te brokkelen bij de introductie van de iPhone. Het was Apple om wiens gunsten is gedanst en die op de trom sloeg. Het bedrijf brengt expres gefaseerd toestellen op de markt. T-Mobile mag vertellen dat ze op zijn. Dat roept een beeld van schaarste en exclusiviteit op. En dat geeft nóg meer glans aan het toch al glimmende toestel.
Een vriend zei: "Bij íeder Apple-product dat je koopt, krijg je standaard een reality distortion field meegeleverd." Inderdaad. Apple kan knollen voor citroenen verkopen.
Een iPhone kopen is net zo onlogisch als - zeg - je hele huis oranje verven voor voetbal of verkleed als duivel bergopwaarts mee rennen met de bolletjestrui.
Waarom is het niet verstandig om een iPhone te kopen? Dat het toestel soms bevriest als een Windows-computer is nog te overkomen. En dat er (als enige oogappel) geen FM-ontvanger noch een videocamera in zit, is jammer. Maar dat de batterij leeg is na een halve dag intensief gebruik is ronduit onacceptabel. Toen Nokia's N95 vorig jaar uitkwam, sprak men er schande van dat de batterij soms niet meer dan een dag meeging. Foei! Apple heeft echter de standaard van het acceptabele nog verder verlaagd. Geen haan die er naar kraait. Zodra de batterij bijna leeg is, schakelt kennelijk het onzichtbare, ingebouwde reality distortion field automatisch in.
Wie door de zure appel heen bijt en de slechte batterij accepteert, staat direct aan de rand van de tweede valkuil. Het toestel bevat namelijk een GPS-module en een ingebouwde downloadwinkel voor software. In theorie een perfécte combinatie. Maar de praktijk? Van de bijna 1.000 programma's in de App Store zijn er nog geen 10 die locatiegevoelig zijn én in Nederland te downloaden. Enkele boeiende uitzonderingen: Omnifocus (takenlijst), Exposure (zie Flickr-foto's uit je directe omgeving), Twinkle (chatten met mensen in de buurt) en G-Park (herinnert waar je auto staat geparkeerd).
Hoe klein Nederland echt is, blijkt wel uit het feit dat we hier in Nederland zelfs de applicaties van - let wel - eBay, Google en Paypal niet kunnen downloaden. Nederland valt buiten de door hen geautoriseerde distributiegebieden.
Superieur bedieningsgemak
Maar eerlijk is eerlijk: de iPhone bélt als een echte telefoon en hij werkt zo elegant als je van Apple-spullen verwacht. Het bedieningsgemak is uitstekend en de samenwerking met de pc en Mac is, via iTunes, superieur. Je sluit het toestel aan op de computer en adresboek, agenda, muziek, films en zelfs e-mail (ínclusief de instellingen) vloeien als appelsap naar de iPhone.
Behalve voor T-Mobile, dat het toestel en de abonnementen exclusief mag verkopen in Nederland, is de introductie ook goed nieuws voor KPN, Vodafone en telecomwinkels op het web. "Pardon?", hoor ik u denken. Zodadelijk meer hierover.
Eindelijk is het op de mobiele telecommarkt nu zo ver dat niet het toestel sec bepaalt waar je welk apparaat koopt. KPN meldde onlangs dat het 500.000 mobiele dataklanten heeft. En Vodafone realiseert 7 procent van zijn mondiale concernomzet met mobiel mailen en surfen. En waarom kocht Vodafone het online backup en synchronisatiebedrijf Zyb? Niet om meer belminuten te slijten, maar om zijn klanten naast spraak ook andere diensten te kunnen bieden. Hetzelfde geldt overigens ook voor Nokia, dat met TomTom- en YouTube-achtige diensten in 3 maanden voor
119 miljoen euro omzette.
Beltarief niet belangrijkst, datadiensten worden de oogappeltjes
Telecombedrijven en webwinkels kunnen - nee, moeten - nu met díensten gaan concurreren, met de software óp de telefoon. Althans, als het apparaat toestaat dat er applicaties van derden worden geïnstalleerd. Denk aan diensten zoals op sites als Getjar en Handango worden aangeboden.
De kleine duizend programma's in Apples App Store laten zien dat softwaremakers de mobiele telefoon als rendabel platform beginnen te zien. Ze zien handel. Sommige van hun programma's zijn gratis, soms voorzien van ingebakken advertenties, en voor andere moet je betalen. Nokia's TomTom-alternatief Nokia Maps, bijvoorbeeld, kost tussen 4 en 130 euro.
Telecombedrijven en webwinkels zouden betaalsoftware zoals Nokia Maps, andere slimme locatiegebaseerde diensten of spelletjes gratis weg kunnen geven om klantentrouw op te bouwen of als alternatief voor een deel van de toestelsubsidie.
Even zo goed is het mogelijk dat ze in bulk softwarelicenties in gaan kopen en die onder de winkelprijs aan de klant doorverkopen. Die klant moet dan wel een speciale bundel afnemen. Bijvoorbeeld: Uitgaan & Vakantie, Zakelijk Onderweg of Online Gaming. Zo'n bundel zou er in feite niet veel anders uit hoeven te zien dan een prepaidbundel, maar dan niet voor spraak of sms maar voor softwaredownloads. Hoe beter en vollediger de keuze uit software, dus de samenstelling van de bundels, hoe hechter de band met de klant wordt. Gooi daar nog online backup- en syncrhonisatiediensten tegenaan (white label via Google of een andere specialist) en je bent als ondernemer spekkoper met een trouwe klantenschare.
De kans, overigens, dat het KPN wordt die op zo'n innovatieve wijze de markt zal benaderen, is klein. We hebben het hier immers over het bedrijf dat Planet Internet in de prullenbak kieperde en daarmee een immens digitaal archief off line haalde. Op het mobiele front zal de appel niet ver van de boom vallen.
Erwin Boogert, 29 juli 2008 Erwin Boogert is journalist bij verscheidene technologiepublicaties en schrijft deze column op persoonlijke titel. Hij schreef dit artikel op een Macbook en is bezig met zijn tweede iPod.
Bron foto: Defensor Fortis (CC)